Art. 33 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen, Voorlopige maatregelen
Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
1. Op de hechtenis is de wet van de aangezochte Staat van toepassing, die tevens de voorwaarden regelt waaronder de aangehouden persoon in vrijheid kan worden gesteld.
2. De hechtenis neemt in elk geval een einde indien:
(a) haar duur gelijk is aan die van de opgelegde sanctie, welke vrijheidsbeneming meebrengt;
(b) de aanhouding is geschied met toepassing van artikel 32, tweede lid, en de aangezochte Staat niet binnen 18 dagen na de datum van de aanhouding het verzoek, vergezeld van de stukken bedoeld in artikel 16, heeft ontvangen.
Vorige artikelen
- Artikel 28 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 29 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 30 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 31 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 32 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
Volgende artikelen
- Artikel 34 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 35 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 36 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 37 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 38 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen