Art. 31 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen, Voorlopige maatregelen
Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
Indien de veroordeelde zich bevindt in de verzoekende Staat, nadat de kennisgeving is ontvangen dat het verzoek van die Staat tot tenuitvoerlegging van een vonnis, waarbij een vrijheidsbeneming is opgelegd, wordt aanvaard, kan die Staat, indien hij zulks ter verzekering van de tenuitvoerlegging nodig acht, hem aanhouden ten einde hem over te brengen overeenkomstig het bepaalde in artikel 43.
Vorige artikelen
- Artikel 26 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 27 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 28 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 29 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 30 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
Volgende artikelen
- Artikel 32 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 33 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 34 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 35 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 36 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen