Art. 1.7a Omgevingswet, (verbod activiteit met aanzienlijke nadelige gevolgen)
1. Het is verboden een activiteit te verrichten of na te laten als door het verrichten of nalaten daarvan aanzienlijke nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving ontstaan of dreigen te ontstaan.
2. Bij algemene maatregel van bestuur wordt de toepassing van het eerste lid uitgewerkt of begrensd. De uitwerking of begrenzing strekt in ieder geval ter uitvoering van de richtlijn milieustrafrecht en heeft betrekking op:
a. de omvang van de nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving,
b. de gevallen waarin het eerste lid van toepassing is.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Den Haag 22 oktober 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:1920
- ABRvS 10 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:468
- ABRvS 30 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:311
- Rb. Rotterdam 1 juli 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:8628
- Rb. Rotterdam 27 oktober 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:12636
- Rb. Overijssel 2 juli 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:3792
- Rb. Overijssel 2 juli 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:3791
- Rb. Den Haag 14 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:19381