Rb. Overijssel 2 juli 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:3791

De rechtbank heeft bewezen verklaard dat de verdachte rechtspersoon een grote hoeveelheid LD-staalslakken op onjuiste wijze op of in de bodem heeft toegepast en daarmee herhaaldelijk de op haar rustende zorgplicht in de zin van artikel 13 Wet bodembescherming (oud) heeft geschonden. De rechtbank acht daarnaast bewezen dat de verdachte rechtspersoon opzettelijk (door uitloging van LD-staalslakken) verontreinigd water in het oppervlaktewater heeft geloosd en zich daarmee schuldig heeft gemaakt aan herhaaldelijke schending van artikel 6.2 Waterwet (oud). De rechtbank heeft verdachte veroordeeld tot een geldboete van € 100.000,00. De rechtbank heeft daarbij rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken