Rb. Rotterdam 1 juli 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:8628

Voorlopige voorziening. Omgevingswet. Toepassing spoedeisende bestuursdwang zonder voorafgaande last (artikel 5:31, eerste lid, Awb). Overtreding van de specifieke zorgplicht voor bestaande bouwwerken van artikel 3.5 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Het college heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat er door de slechte staat van het gebouw acuut instortingsgevaar bestaat. Er is onmiskenbare strijd met de specifieke zorgplicht vanwege de onveilige situatie voor de naastgelegen panden en de omgeving. Het college kon zich op het standpunt stellen dat het in het belang van de veiligheid noodzakelijk is dat het gebouw grotendeels wordt gesloopt en dat de door verzoekers aangedragen alternatieven zoals stalen stabiliteitskruizen niet toereikend zijn om de gevaarlijke situatie weg te nemen. De voorzieningenrechter volgt het standpunt van verzoekers dat het gebouw pas veilig kan worden gesloopt nadat bij het naastgelegen pand funderingsherstel is uitgevoerd niet. Het college heeft onvoldoende aangetoond dat de situatie zo spoedeisend is dat bestuursdwang zonder voorafgaande last kan worden toegepast. Daarom treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening die inhoudt dat het bestreden besluit wordt geschorst en dat de toepassing van spoedeisende bestuursdwang wordt omgezet in de oplegging van een last onder bestuursdwang met een begunstigingstermijn van drie weken vanaf de datum van de uitspraak.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen