Art. 5.21 Rlz, Regels over verlenen en vaststellen van een persoonsgebonden budget
Regeling langdurige zorg (Rlz)
1. Na afloop van iedere subsidieperiode wordt de subsidie voor de desbetreffende subsidieperiode vastgesteld.
2. Het zorgkantoor stelt het persoonsgebonden budget binnen een half jaar na afloop van de subsidieperiode vast.
3. Het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld op de som van de bedragen die de Sociale verzekeringsbank op grond van artikel 5.17, eerste lid, heeft uitbetaald.
4. Indien de verzekerde geen betalingen, als bedoeld in artikel 5.17, eerste lid, onder a en b, heeft laten doen dan wordt de subsidie, in afwijking van het derde lid, vastgesteld op nihil.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CRvB 31 maart 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:727
- Rb. Overijssel 29 januari 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:397
- Rb. Oost-Brabant 10 oktober 2019, ECLI:NL:RBOBR:2019:6604
- Rb. Rotterdam 18 maart 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:2334
- Rb. Overijssel 25 augustus 2023, ECLI:NL:RBOVE:2023:3428
- Rb. Overijssel 20 mei 2022, ECLI:NL:RBOVE:2022:1510
- Rb. Overijssel 11 november 2019, ECLI:NL:RBOVE:2019:4158
- Rb. Oost-Brabant 4 juli 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:3970
- Rb. Oost-Brabant 27 februari 2019, ECLI:NL:RBOBR:2019:1069
- Rb. Limburg 4 januari 2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:759
- Rb. Gelderland 10 augustus 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:4605
- Rb. Gelderland 20 juli 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:4116
- Rb. Den Haag 20 oktober 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:24203
- Rb. Den Haag 15 december 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:13627
- Rb. Amsterdam 26 april 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:2671