Rb. Gelderland 10 augustus 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:4605
Beroep tegen het besluit van het zorgkantoor tot vaststelling van het persoonsgebonden budget (PGB) van eiser op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) over 2018 gegrond. Vanaf 1 februari 2018 heeft een nieuwe zorgverlener zorg aan eiser verleend. De SVB heeft nog tot en met juni 2018 onverschuldigd doorbetaald aan de oude zorgverlener. Terwijl eiser meerdere malen heeft aangegeven dat de oude zorgverlener sinds februari 2018 geen zorg meer aan hem verleent. De SVB en het zorgkantoor zijn tekort geschoten in de controle voorafgaand aan de betalingen van de zorg aan deze oude zorgverlener. Op grond van artikel 5.23c, eerste lid, van de Regeling langdurige zorg (Rlz) dienen zij samen te werken in deze controle vooraf. De gevolgen van het ontbreken van een deugdelijke controle kunnen niet door het zorgkantoor op eiser worden afgewenteld. Door dat wel te doen handelt het zorgkantoor in strijd met artikel 5.17, eerste lid onder a, van de Rlz, aangezien het hier geen betalingen betreft voor geleverde zorg. Vernietiging van het bestreden besluit wegens strijd met de wet is. De rechtbank voorziet zelf en bepaalt dat het bedrag aan niet uitbetaalde en door de nieuwe zorgverlener aan eiser over de periode van 1 februari 2018 tot en met 31 december 2018 geleverde zorg alsnog moet worden toegevoegd aan het PGB, zodat het uiteindelijk aan deze nieuwe zorgverlener kan worden betaald.
De uitspraak op rechtspraak.nl