Art. 3.1 Wmo 2015, Kwaliteit
Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015)
1. De aanbieder draagt er zorg voor dat de voorziening van goede kwaliteit is.
2. Een voorziening wordt in elk geval:
a. veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht verstrekt,
b. afgestemd op de reële behoefte van de cliënt en op andere vormen van zorg of hulp die de cliënt ontvangt,
c. verstrekt in overeenstemming met de op de beroepskracht rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de professionele standaard;
d. verstrekt met respect voor en inachtneming van de rechten van de cliënt.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, indien het niveau van een vorm van maatschappelijke ondersteuning dit vereist, nadere eisen worden gesteld aan aanbieders van voorzieningen.
4. Het ontwerp van een krachtens het derde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt aan beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur kan worden gedaan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken, tenzij binnen die termijn door of namens een der kamers of door tenminste een vijfde van het grondwettelijke aantal leden van een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp van de algemene maatregel van bestuur bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Zeeland-West-Brabant 12 mei 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:2377
- Rb. Overijssel 28 februari 2022, ECLI:NL:RBOVE:2022:611
- Rb. Overijssel 20 juli 2022, ECLI:NL:RBOVE:2022:2144
- Rb. Overijssel 24 juni 2020, ECLI:NL:RBOVE:2020:2152
- Rb. Den Haag 24 maart 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:7193
- Rb. Den Haag 17 november 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:12623
- Rb. Amsterdam 2 september 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:8720
- Hof Arnhem-Leeuwarden 15 december 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:10467
- CRvB 2 oktober 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1462