Rb. Amsterdam 2 september 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:8720
Verweerder heeft aan eiseres (een zorgaanbieder) voor de duur van een jaar een cliëntenstop opgelegd op grond van artikel 3.1, eerste en tweede lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. De cliëntenstop is een herstelmaatregel en is opgelegd na een onderzoek door de toezichthouder, de GGD. Uit dit onderzoek volgt dat eiseres ten tijde van het primaire besluit niet voldeed aan de gestelde kwaliteitseisen. Eiseres heeft in haar bezwaar aangevoerd, onder verwijzing naar de door haar overgelegde bijlagen, alsnog volledig gekwalificeerd te zijn en dat zij de benodigde protocollen en werkinstructies heeft opgezet. Zonder afbreuk te doen aan de herstelmaatregel en de aard van het besluit had verweerder in bezwaar kunnen beoordelen, eventueel na het inwinnen van een her-advies van de GGD, of de duur van de cliëntenstop ingekort had kunnen worden. Verweerder heeft bij de heroverweging van het bezwaar echter nagelaten om alle nieuwe feiten en omstandigheden van na het primaire besluit te beoordelen. De rechtbank verklaart het beroep om die reden gegrond en vernietigt het bestreden besluit. Omdat de cliëntenstop inmiddels is verlopen, laat zij de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand.
De uitspraak op rechtspraak.nl