CRvB 2 oktober 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1462

Het gaat in deze zaak over de vraag of de rechtbank een brief van appellante van 10 februari 2023 terecht heeft aangemerkt als een melding in de zin van de Wmo 2015, en of het beroep tegen het niet tijdig beslissen op deze brief terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat de beslistermijn nog niet was aangevangen. De Raad is van oordeel dat het niet gaat om een melding. Evenmin is sprake van een aanvraag als bedoeld in artikel 1:3, derde lid, van de Awb. De Raad kwalificeert de brief als een verzoek van appellante aan het college om het beleid van [stichting] te beoordelen, in het bijzonder wat betreft het leefgeld bij eenpersoonswoningen. Daarmee is het verzoek gericht op een feitelijke handeling en niet op het nemen van een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Zodoende heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het niet tijdig beslissen terecht, zij het op andere gronden, niet-ontvankelijk verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken