Art. 35 Huisvestingswet 2014, Handhaving en toezicht
1. De gemeenteraad kan in de huisvestingsverordening bepalen dat een bestuurlijke boete kan worden opgelegd ter zake van de overtreding van de verboden bedoeld in artikel 8, eerste en tweede lid, artikel 21, artikel 22, eerste lid, artikel 23a, eerste of derde lid, artikel 23b, eerste en tweede lid, artikel 23c, eerste lid, artikel 23d of artikel 23e, van het handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften, bedoeld in artikel 26, of de aanwijzing, bedoeld in artikel 33a, onderdeel b. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd tot het opleggen van een bestuurlijke boete.
2. De op te leggen bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste:
a. het bedrag dat is vastgesteld voor de eerste categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, voor overtreding van het verbod, bedoeld in artikel 8, eerste lid;
b. het bedrag dat is vastgesteld voor de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, voor overtreding van het verbod, bedoeld in de artikelen 23a, eerste of derde lid, 23b, tweede lid, 23d of 23e;
c. het bedrag dat is vastgesteld voor de vierde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, voor overtreding van de verboden, bedoeld in artikel 8, tweede lid, artikel 21, artikel 22, eerste lid, artikel 23b, eerste lid, of artikel 23c, eerste lid, voor het handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften, bedoeld in artikel 26, of de aanwijzing, bedoeld in artikel 33a, onderdeel b, en
d. het bedrag dat is vastgesteld voor de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, voor overtreding van een verbod als bedoeld in artikel 8, tweede lid, artikel 21, artikel 23b, eerste lid, artikel 23c, eerste lid, of voor het handelen in strijd met de aanwijzing, bedoeld in artikel 33a, onderdeel b, indien binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan de constatering door een ambtenaar als bedoeld in artikel 33, eerste lid, van die overtreding een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van hetzelfde verbod.
3. De gemeenteraad stelt in de huisvestingsverordening het bedrag vast van de bestuurlijke boete die voor de verschillende overtredingen kan worden opgelegd.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 21 augustus 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3416
- ABRvS 13 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1950
- ABRvS 4 september 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3040
- ABRvS 21 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3430
- Rb. Rotterdam 7 juni 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:4363
- ABRvS 4 oktober 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2641
- ABRvS 20 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2042
- Rb. Rotterdam 13 maart 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:1834
- ABRvS 2 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1168
- Rb. Zeeland-West-Brabant 21 december 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:6521
- Rb. Zeeland-West-Brabant 19 oktober 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:6620
- ABRvS 22 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2774
- Rb. Amsterdam 8 juli 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:4251
- ABRvS 9 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5314
- ABRvS 20 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:871
- ABRvS 16 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2203
- Rb. Rotterdam 26 augustus 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:8150
- Rb. Rotterdam 26 augustus 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:8149
- Rb. Rotterdam 9 mei 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:3820
- Rb. Rotterdam 7 december 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:9618