ABRvS 2 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1168
Bij besluit van 7 juni 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam [appellant] een bestuurlijke boete van € 20.500,00 opgelegd en de boete ingevorderd. Bij besluit van 19 augustus 2019 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De gemeente heeft op 30 april 2019 een melding van woonfraude gekregen over de woning van [appellant] op het adres [locatie]. Diezelfde dag hebben toezichthouders van de gemeente de woning bezocht. De bevindingen van de toezichthouders zijn neergelegd in een op ambtseed dan wel op ambtsbelofte opgemaakt rapport van bevindingen van 30 april 2019. De toezichthouders hebben een Indiase expat aangetroffen in de woning. Zij heeft verklaard de woning voor drie maanden te hebben gehuurd van 30 maart 2019 tot en met 30 juni 2019. Op 1 mei 2019 gaat zij echter verhuizen naar Almere. De eigenaar van de woning aan de [locatie] woont in Rotterdam. Zij woont alleen in de woning met haar man.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 7 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:733
- ABRvS 2 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2849
- ABRvS 2 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2850
- ABRvS 2 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2851
- ABRvS 2 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2096
- ABRvS 9 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3403
- ABRvS 6 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:317