Rb. Rotterdam 13 maart 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:1834

Boetes op grond van de Huisvestingswet 2014 en de Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad, zoals deze gold van 1 januari 2016 tot 26 april 2017. Nu verweerder bij de vaststelling van de huisvestingsverordening niet heeft onderbouwd en aangetoond dat in de gemeente Rotterdam sprake is van schaarste aan goedkope woonruimte, was verweerder gelet op artikel 2, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014 niet bevoegd om een huisvestingsverordening vast te stellen, met uitzondering van de bevoegdheden met betrekking tot urgentieverlening. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad, zoals deze gold van 1 januari 2016 tot 26 april 2017, onverbindend is wegens strijd met artikel 2, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014 en bij de toetsing van de bestreden besluiten buiten toepassing dient te blijven. Dit betekent dat verweerder ten onrechte aan eiser en eiseres een boete heeft opgelegd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen