Rb. Amsterdam 8 juli 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:4251

Huisvestingsverordening, geen wettelijke grondslag boetebesluit Verweerder heeft bij besluit van 13 juli 2015 – gehandhaafd bij besluit van 30 december 2015 – aan eiser een bestuurlijke boete van € 12.000,- opgelegd, wegens het zonder vergunning onttrekken van zijn woning aan de woonruimtevoorraad. Verweerder heeft artikel 59 van de (gewijzigde) Huisvestingsverordening ten grondslag gelegd aan beide besluiten. In dit artikel staat dat verweerder een bestuurlijke boete kan opleggen bij overtreding van de artikelen 7 en 30 van de wet, waarmee volgens de definitiebepaling de Huisvestingswet 2014 wordt bedoeld. De artikelen 7 en 30 uit de Huisvestingswet 2014 bieden echter geen grondslag voor het verbod op woningonttrekking. Dit verbod is namelijk geregeld in artikel 21 van de Huisvestingswet 2014. Vanuit het oogpunt van het legaliteitsbeginsel is artikel 59 van de gewijzigde Huisvestingsverordening dan ook niet toereikend om op grond daarvan in dit geval een bestuurlijke boete op te leggen. Gelet hierop was verweerder niet bevoegd om een boete op te leggen en is het beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen