Art. 23 Besluit vakantie en vrijstelling van dienst werknemers BES, Vrijstelling van dienst wegens bijzondere omstandigheden

Besluit vakantie en vrijstelling van dienst werknemers BES

1. Indien een persoon, die hetzelfde perceel bewoont als de werknemer of ten hoogste veertien dagen tevoren bewoond heeft, lijdende is aan cholera, difterie, gele koorts, pest, pokken (variolae en varioloïdes), roodvonk, febris typhoidea en para-typhus, vlektyphus, of aan een andere bij of krachtens de Wet voor de volksgezondheid BES aangewezen ziekte van toepassing zijn, is het de werknemer verboden aan de dienst deel te nemen. De werknemer is verplicht bij het waarnemen in het perceel van een ziekte als bedoeld, hiervan ten spoedigste kennis te geven aan het hoofd van dienst.

2. Aan de werknemer kan door het hoofd van dienst in geval van ziekten, die voor de omgeving gevaar opleveren, de deelneming aan de dienst worden ontzegd.

3. Het verbod tot deelneming aan de dienst houdt tevens in het verbod tot betreden van dienstlokalen of terreinen.

4. De dagen gedurende welke het de werknemer overeenkomstig het bepaalde in dit artikel verboden is aan de dienst deel te nemen, worden als vrijstelling van dienst wegens bijzondere omstandigheden, met behoud van vol inkomen, aangemerkt.