Art. 27 Besluit vakantie en vrijstelling van dienst werknemers BES, Vrijstelling van dienst wegens ziekte en andere aanspraken terzake ziekte of ongeval van de werknemer die voor de door hem te verrichten werkzaamheden geneeskundig is goedgekeurd en tenminste een jaar in dienst is
Besluit vakantie en vrijstelling van dienst werknemers BES
1. De werknemer die voor de door hem te verrichten werkzaamheden geneeskundig is goedgekeurd en tenminste een jaar in dienst is en die wegens ziekte verhinderd is zijn dienst uit te oefenen, heeft tot herstel van zijn gezondheid aanspraak op vrijstelling van dienst wegens ziekte.
2. De duur van een vrijstelling van dienst wegens ziekte, verlenging daarvan inbegrepen, is ten hoogste vier jaren.
3. De aanvankelijke duur van een vrijstelling van dienst wegens ziekte wordt gesteld op ten hoogste zes maanden. Deze termijn kan met inachtneming van het bepaalde in het vorige lid, telkens met ten hoogste zes maanden worden verlengd.
4. Gedurende een vrijstelling van dienst wegens ziekte heeft de werknemer aanspraak op een inkomen naar reden van:
a. zijn vol inkomen gedurende de eerste vierentwintig maanden;
b. negentig ten honderd van zijn vol inkomen gedurende de daaropvolgende twaalf maanden;
c. tachtig ten honderd van zijn vol inkomen gedurende de resterende maanden.
5. Een opnieuw ingetreden verhindering tot dienstverrichting wegens ziekte wordt voor het bepalen van de in het tweede en vierde lid genoemde termijnen als een voortzetting van de vorige verhindering beschouwd, tenzij die verhindering zich voordoet, nadat tenminste dertig kalenderdagen zijn verstreken sedert de werknemer zijn dienst volledig heeft hervat.
6. Het inkomen bedoeld onder lid 4, letters b en c, wordt naar boven afgerond tot het naaste bedrag in gehele dollars.
7. Tijdens de vrijstelling van dienst wegens ziekte ondergaat het inkomen van de werknemer dezelfde wijzigingen, welke het zou hebben ondergaan indien de werknemer niet verhinderd zou zijn geweest zijn dienst uit te oefenen.