Art. 25 Besluit vakantie en vrijstelling van dienst werknemers BES, Vrijstelling van dienst wegens bijzondere omstandigheden

Besluit vakantie en vrijstelling van dienst werknemers BES

1. Vrijstelling van dienst wegens bijzondere omstandigheden kan bovendien op daartoe strekkend schriftelijk verzoek van de werknemer worden verleend in de gevallen waarin het in het tweede lid bedoelde gezag of de in dat lid bedoelde autoriteit oordeelt dat daartoe aanleiding bestaat. Deze vrijstelling van dienst wordt verleend voor de duur van ten hoogste drie maanden en kan geheel of gedeeltelijk in het buitenland worden doorgebracht.

2. Indien de vrijstelling van dienst bedoeld in het eerste lid van dit artikel van langere duur is dan 15 dagen of voor geheel of gedeeltelijk verblijf in het buitenland wordt verleend, wordt deze bij beschikking van het bevoegde gezag verleend. Indien de vrijstelling bedoeld in het eerste lid niet van langere duur is dan 15 dagen noch voor geheel of gedeeltelijk verblijf in het buitenland wordt verleend, wordt deze door de bevoegde autoriteit verleend.

3. Gedurende de vrijstelling van dienst bedoeld in het eerste lid van dit artikel heeft de werknemer aanspraak op zijn vol inkomen gedurende de eerste maand en naar reden van vijftig ten honderd van zijn vol inkomen, afgerond tot het naast hogere bedrag in gehele dollars, gedurende elk der volgende twee maanden.

4. De vrijstelling van dienst bedoeld in het eerste lid van dit artikel kan, voor zover deze is verleend voor een langere duur dan 30 dagen en indien dringende redenen van dienstbelang zulks vorderen, worden ingekort tot minimaal 30 dagen, bij een met redenen omklede beschikking van het bevoegde gezag.

5. Indien de werknemer tengevolge van de inkorting bedoeld in het voorgaande lid geldelijke schade lijdt, wordt deze schade hem vergoed.

6. Voor zover de vrijstelling van dienst bedoeld in het eerste lid van dit artikel verleend is voor een langere duur dan 15 dagen of voor geheel of gedeeltelijk verblijf in het buitenland geschiedt herstel in activiteit na eindiging van de vrijstelling van dienst bij beschikking van het bevoegde gezag.

7. Tijdens de vrijstelling van dienst wegens bijzondere omstandigheden bedoeld in het eerste lid van dit artikel, ondergaat het inkomen van de werknemer dezelfde wijzigingen welke het zou hebben ondergaan indien deze vrijstelling van dienst niet zou zijn verleend.