Art. 42 WIJ, Geen recht op inkomensvoorziening
Wet investeren in jongeren (WIJ)
1. Geen recht op de inkomensvoorziening bestaat:
a. indien de jongere het werkleeraanbod heeft geweigerd;
b. voor zover de jongere of zijn gezin een beroep kan doen op een naar zijn aard en doel als passend en toereikend aan te merken voorziening buiten deze wet, ter verwerving van middelen of ter bekostiging van specifieke uitgaven;
c. voor zover uit houding en gedragingen van de jongere ondubbelzinnig blijkt dat deze de verplichtingen, bedoeld in hoofdstuk 5, niet wil nakomen;
d. indien de jongere wegens werkstaking of uitsluiting niet deelneemt aan de arbeid, voor zover diens gebrek aan middelen daarvan het gevolg is;
e. indien de jongere per kalenderjaar langer dan dertien weken verblijf houdt buiten Nederland, dan wel een aaneengesloten periode van langer dan vier weken verblijf houdt buiten Nederland;
f. indien het werkleeraanbod op grond van artikel 21 is ingetrokken, tenzij het werkleeraanbod is ingetrokken uitsluitend omdat het college van oordeel is dat om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet kan worden gevergd dat de jongere uitvoering geeft aan het werkleeraanbod;
g. indien de jongere rechtens zijn vrijheid is ontnomen;
h. indien de jongere zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel;
i. indien de jongere zijn militaire of vervangende dienstplicht vervult;
j. gedurende de periode dat het recht op een werkleeraanbod is opgeschort;
k. indien de jongere 18, 19 of 20 jaar is en in een inrichting verblijft;
l. indien de jongere een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen kunstenaars ontvangt of indien hij is gehuwd met een persoon die een zodanige uitkering ontvangt;
m. indien de jongere onbetaald verlof geniet als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Werkloosheidswet of indien de jongere gehuwd is met een zodanig persoon, voor zover diens gebrek aan middelen daarvan het gevolg is, tenzij de jongere alleenstaande ouder is en hij verlof geniet als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Wet arbeid en zorg;
n. indien de jongere een zelfstandige is die aanspraak kan maken op bijstand op grond van artikel 78f van de Wet werk en bijstand;
o. indien de jongere van het werkleeraanbod is uitgesloten op grond van artikel 22.
2. Het eerste lid, onderdeel g, is niet van toepassing op bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën personen waarbij tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel plaatsvindt buiten een penitentiaire inrichting, een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden of een inrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen.
3. De Wet werk en inkomen kunstenaars geldt niet als een voorziening als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CRvB 2 september 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:2895
- CRvB 30 augustus 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:3200
- CRvB 14 januari 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:16
- CRvB 15 augustus 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:1421
- CRvB 10 april 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BW1251
- CRvB 24 januari 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BV1983
- CRvB 24 januari 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BV1981
- Rb. 's-Gravenhage 18 juli 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BX4359
- Rb. Rotterdam 9 december 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:9740
- Rb. Roermond 21 maart 2012, ECLI:NL:RBROE:2012:BW0436
- Rb. Maastricht 17 september 2010, ECLI:NL:RBMAA:2010:BN8028
- Rb. Leeuwarden 26 juli 2011, ECLI:NL:RBLEE:2011:BR4286
- Rb. Haarlem 26 april 2012, ECLI:NL:RBHAA:2012:BW5692
- Rb. Dordrecht 29 november 2010, ECLI:NL:RBDOR:2010:BO7430
- Rb. Breda 12 augustus 2011, ECLI:NL:RBBRE:2011:BR5922
- Rb. Breda 4 mei 2011, ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ3771
- Rb. Breda 7 februari 2011, ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ0193
- Rb. Breda 27 september 2010, ECLI:NL:RBBRE:2010:BO4078
- Rb. Assen 8 augustus 2011, ECLI:NL:RBASS:2011:BR4538
- Rb. Arnhem 24 november 2011, ECLI:NL:RBARN:2011:BU9532