Rb. Roermond 21 maart 2012, ECLI:NL:RBROE:2012:BW0436

Tijdens de hoorzitting in een andere bezwaarprocedure heeft de gemachtigde van eiser het volgende opgemerkt: “Inmiddels, zo zegt gemachtigde, heeft reclamant een nieuwe aanvraag Werkleeraanbod ingediend, maar hier heeft hij nog geen bericht van gekregen of de brieven zouden reclamant niet bereikt moeten hebben”. De rechtbank overweegt dat bij de hoorzitting van 8 juni 2011, naast eiser en zijn gemachtigde, ook de klantmanager van eiser, mw. Seelen, aanwezig was. De hoorzitting vond plaats op het moment dat eiser 12 dagen eerder (op 27 mei) niet was komen opdagen bij zijn afspraak met mw. Seelen. Zij had hem op die dag opnieuw een aangetekende uitnodiging voor een gesprek toegestuurd. Dat gesprek zou twee dagen na de hoorzitting plaatsvinden. Op het moment van de hoorzitting wist mw. Seelen dus dat eiser op 27 mei 2011, ondanks een aangetekend verzonden uitnodiging, niet was komen opdagen en dat zij hem, opnieuw met een aangetekende brief, had uitgenodigd voor een gesprek dat twee dagen later zou plaatsvinden. Uit het verslag van die hoorzitting blijkt verder dat de gestelde problemen van eiser met de ontvangst van zijn post tijdens die hoorzitting zeer uitvoerig zijn besproken. Ook mw. Seelen stelde hierover tijdens de hoorzitting verschillende vragen aan eiser. Gelet op de hiervoor geschetste feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat mw. Seelen eiser tijdens de hoorzitting van 8 juni 2011 op de uitnodiging voor het gesprek dat twee dagen later zou plaatsvinden had moeten wijzen. Doorslaggevend hierbij acht de rechtbank de hiervoor geciteerde opmerking van eisers gemachtigde. Door naar aanleiding van die opmerking niet te vermelden dat er wel degelijk al berichten over de nieuwe aanvraag naar eiser waren verstuurd en hij zelfs twee dagen later op een belangrijk gesprek werd verwacht, is eiser in de waan gelaten dat er nog geen vervolgstappen op die aanvraag bekend waren en dat hij daarover geen post had gemist. De rechtbank acht zulks in strijd met het beginsel van fair play, welk beginsel inhoudt dat bestuursorganen burgers de mogelijkheid geven hun procedurele kansen te benutten. Dat deze hoorzitting werd gehouden in het kader van een andere procedure, doet niet ter zake. Tijdens de hoorzitting waren dezelfde personen aanwezig die bij de voorliggende zaak betrokken zijn en ook tijdens de hoorzitting van 8 juni 2001 ging het om een beslissing over een uitkering en de problemen met de ontvangst van post op zijn adres.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen