Art. 4 Experimentenwet BI-zones
1. De verordening waarbij de BIZ-bijdrage wordt ingesteld treedt niet in werking dan nadat gebleken is van voldoende steun onder de bijdrageplichtigen.
2. Het college van burgemeester en wethouders stelt iedere bij de gemeente bekende bijdrageplichtige na vaststelling van de verordening in de gelegenheid zich schriftelijk voor of tegen inwerkingtreding uit te spreken. In afwijking van het peilmoment, bedoeld in artikel 1, derde of vierde lid, wordt degene die blijkens de bij de gemeente op dat moment bekende gegevens een onroerende zaak in de beoogde BI-zone gebruikt onderscheidenlijk het genot daarvan heeft aangemerkt als bijdrageplichtige.
3. Bij de toepassing van het tweede lid zorgt het college van burgemeester en wethouders dat alle bijdrageplichtigen zijn geïnformeerd over de strekking van de verordening.
4. Het college zorgt er voor dat de vertrouwelijkheid van de strekking van de schriftelijke verklaring van de bijdrageplichtige gewaarborgd is.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Zeeland-West-Brabant 7 oktober 2013, ECLI:NL:RBZWB:2013:7281
- Hof Den Haag 9 april 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:1323
- Rb. Zeeland-West-Brabant 9 augustus 2013, ECLI:NL:RBZWB:2013:6595
- Rb. Overijssel 13 december 2013, ECLI:NL:RBOVE:2013:3331
- Rb. Den Haag 20 april 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:3808
- Rb. Alkmaar 23 februari 2012, ECLI:NL:RBALK:2012:BV9282
- Rb. Alkmaar 23 februari 2012, ECLI:NL:RBALK:2012:BV7991
- Rb. Alkmaar 23 februari 2012, ECLI:NL:RBALK:2012:BV7027
- Conclusie A-G IJzerman 23 juni 2015, ECLI:NL:PHR:2015:997
- Conclusie A-G IJzerman 19 augustus 2015, ECLI:NL:PHR:2015:1703
- Hof Arnhem-Leeuwarden 14 januari 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:229