Art. 25 Postwet 2009, Voorwaarden en tarieven voor de universele postdienst
1. Onze Minister bepaalt bij ministeriële regeling de ruimte waarbinnen de verlener van de universele postdienst de tarieven, bedoeld in artikel 24, eerste lid, kan vaststellen.
2. De in het eerste lid bedoelde tariefruimte wordt gebaseerd op de daadwerkelijke kosten van de universele postdienst en een redelijk rendement.
3. Op basis van de door Onze Minister gestelde regels berekent de Autoriteit Consument en Markt de tariefruimte die de verlener van de universele postdienst in enig jaar heeft.
4. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld ter uitvoering van het tweede en derde lid.
5. Onze Minister kan bij ministeriële regeling voor een afzonderlijk jaar de in het eerste lid bedoelde ruimte bepalen in afwijking van de op grond van het eerste of vierde lid vastgestelde regels indien dit noodzakelijk is om te voldoen aan het vereiste dat de tarieven op de kosten gebaseerd zijn.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CBb 28 april 2015, ECLI:NL:CBB:2015:160
- Rb. Rotterdam 11 mei 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:3625
- Rb. Rotterdam 17 juli 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:5820
- Rb. Rotterdam 1 juli 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BM9940
- Rb. Rotterdam 22 oktober 2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BK1216
- Rb. Rotterdam 23 juli 2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BJ3867