Rb. Rotterdam 22 oktober 2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BK1216

Verweerder heeft een tweede last onder dwangsom opgelegd omdat verzoekster zijns inziens nog steeds niet heeft voldaan aan eerder opgelegde last, meer specifiek aan de (vierde) voorwaarde van de alternatieve last inhoudende dat verzoekster dient aan te geven op basis van welke criteria en hoe die kostensoorten concreet aan de UPD zijn toegerekend. De voorzieningenrechter is van oordeel dat uit met de voorwaarde hier in geding wordt beoogd dat verweerder inzicht krijgt op basis van welke criteria en hoe die gemeenschappelijke kosten concreet, in de zin van duidelijk en bepaald, aan de UPD zijn toegerekend. Daarin ligt besloten dat verzoekster onderbouwd inzicht biedt in de keuzes die zij heeft gemaakt bij de toerekening van de gemeenschappelijke kosten aan de UPD en hoe die keuzes zijn gemaakt. Verzoekster heeft niet aan voldaan aan deze voorwaarde. Last is voldoende concreet. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder de begunstigingstermijn in redelijkheid op een termijn van acht werkdagen na dagtekening van het bestreden besluit heeft kunnen stellen. Hoogte dwangsom niet onredelijk. Verweerder heeft onverplicht de begunstigingstermijn opgeschort tot en met de dag na de uitspraak van de voorzieningenrechter. Nu het er naar uitziet dat verzoekster niet binnen één dag kan voldoen aan de (alternatieve) last betekent dit dat de dwangsom zonder meer verbeurd gaat worden. Dit gaat de strekking van een last onder dwangsom voorbij, zodat de voorzieningenrechter aanleiding ziet te bepalen dat de begunstigingstermijn wordt verlengd tot zeven dagen na de uitspraak van de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter ziet onder deze omstandigheden geen aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten. Ook ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding te bepalen dat verweerder het griffierecht dient te vergoeden. Afwijzing verzoek om verweerder te gelasten de UPD starttarieven vast te stellen in overeenstemming met het door verzoekster op 26 mei 2009 bij verweerder ingediende voorstel. Verweerder kan niet zijn wettelijke verplichting voldoen omdat verzoekster niet aan haar wettelijke verplichting - waarvan in de uitspraak van 23 juli 2009 (LJN: BJ3867) reeds is overwogen dat zij die heeft - voldoet. Verzoekster heeft het in eigen hand om aan deze verplichting te voldoen en voldoet - ondanks de inzet van een aantal dwangmiddelen door verweerder - daaraan tot op heden niet.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen