Art. 11 Wwft, Documenten die voor de verificatie van de identiteit gebruikt kunnen worden
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft)
1. Indien de cliënt, de insteller van een trust, de trustee van een trust, de vennoot van een personenvennootschap of de persoon bevoegd inzake het beheer van de personenvennootschap een natuurlijke persoon is, wordt diens identiteit geverifieerd aan de hand van documenten, gegevens of inlichtingen uit betrouwbare en onafhankelijke bron. Bij ministeriële regeling kunnen documenten, gegevens of inlichtingen worden aangewezen op basis waarvan kan worden voldaan aan het in de vorige zin bepaalde.
2. Indien de cliënt, de insteller van een trust, de trustee van een trust, de vennoot van een personenvennootschap of de persoon bevoegd inzake het beheer van de personenvennootschap een rechtspersoon is opgericht naar Nederlands recht en in Nederland zijn zetel heeft of een buitenlandse rechtspersoon is die in Nederland is gevestigd, wordt diens identiteit geverifieerd aan de hand van documenten, gegevens of inlichtingen uit betrouwbare en onafhankelijke bron. Bij ministeriële regeling kunnen documenten, gegevens of inlichtingen worden aangewezen op basis waarvan kan worden voldaan aan het in de vorige zin bepaalde.
3. Indien de cliënt, de insteller van een trust, de trustee van een trust, de vennoot van een personenvennootschap of de persoon bevoegd inzake het beheer van de personenvennootschap een buitenlandse rechtspersoon is die niet in Nederland is gevestigd, wordt de identiteit geverifieerd op basis van betrouwbare en in het internationale verkeer gebruikelijke documenten uit onafhankelijke bron, gegevens of inlichtingen of op basis van documenten, gegevens of inlichtingen die bij wet als geldig middel voor identificatie zijn erkend in de staat van herkomst van de cliënt, de insteller van een trust, de trustee van een trust, de vennoot van een personenvennootschap of de persoon bevoegd inzake het beheer van de personenvennootschap.
4. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden vastgesteld met betrekking tot het verifiëren van de identiteit van cliënten die niet onder het eerste tot en met het derde lid vallen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Keulen 30 maart 2021, ECLI:NL:PHR:2021:495
- CBb 29 mei 2018, ECLI:NL:CBB:2018:233
- CBb 29 juni 2017, ECLI:NL:CBB:2017:235
- CBb 7 februari 2018, ECLI:NL:CBB:2018:27
- Rb. Rotterdam 30 juni 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:5130
- Rb. Rotterdam 29 juni 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:4911
- Rb. Noord-Holland 27 oktober 2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:9542
- Conclusie A-G Drijber 21 februari 2025, ECLI:NL:PHR:2025:260
- HR 12 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:921
- HR 13 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:392
- Hof Amsterdam 30 april 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:1165
- Hof Amsterdam 15 augustus 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:2144
- Rb. Rotterdam 18 juli 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:6741
- Rb. Rotterdam 14 augustus 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:7380
- Rb. Rotterdam 13 april 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:2995
- Rb. Rotterdam 23 juni 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:4630
- Rb. Amsterdam 23 oktober 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:8010
- Rb. Amsterdam 23 oktober 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:8009
- Conclusie A-G Drijber 27 september 2024, ECLI:NL:PHR:2024:989
- Hof Amsterdam 1 juni 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:1456