Rb. Rotterdam 29 juni 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:4911
De verplichting tot het doen van een melding als bedoeld in artikel 16 van de Wwft bestaat niet slechts wanneer er concrete aanwijzingen bestaan dat sprake is van witwassen of het financieren van terrorisme. Artikel 16 van de Wwft heeft een (veel) ruimere strekking: iedere ongebruikelijke transactie behoort te worden gemeld. Het BFT heeft dan ook terecht geconstateerd dat eiseres artikel 16 van de Wwft heeft overtreden. Het BFT was op grond van het voorgaande bevoegd om aan ABA een bestuurlijke boete op te leggen. Voor deze overtreding is het basisbedrag van de boete € 500.000,-. Het BFT werkt met aan de omzet van het betreffende bedrijf gerelateerde boetes, die variëren van 1% tot en met 5% van de omzet. De hoogte van de opgelegde boete is bij het primaire besluit gematigd van 4% naar 3% van de omzet omdat er één overtreding van artikel 16 van de Wwft is weggevallen. De rechtbank acht dit beleid op zichzelf niet onredelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl