Art. 1:1 Adw, Toepassingsgebied en basisdefinities
1. De bepalingen bij of krachtens deze wet vormen de nationale bepalingen ter uitvoering van:
a. het Douanewetboek van de Unie, de krachtens dat wetboek vastgestelde EU-rechtshandelingen, en
b. Uniewetgeving op andere gebieden als bedoeld in het Douanewetboek van de Unie.
2. De bepalingen bij of krachtens deze wet strekken mede ten behoeve van de nakoming van verplichtingen die voortvloeien uit:
a. interregionaal recht,
b. het Koninkrijk verbindende verdragen en
c. in al hun onderdelen verbindende besluiten van bij zodanige verdragen opgerichte volkenrechtelijke organisaties, voorzover deze verplichtingen betrekking hebben op het douanetoezicht op, dan wel op de douanecontrole van, goederen en het goederenverkeer en voorts onderwerpen betreffen die vallen onder de reikwijdte van een of meer regelingen als bedoeld in de bijlage bij deze wet.
3. De bepalingen bij of krachtens deze wet strekken mede ten behoeve van de nakoming van verplichtingen die voortvloeien uit regelingen van internationaal recht tot het verlenen van wederzijdse administratieve bijstand inzake goederen en goederenverkeer.
4. De bepalingen bij of krachtens deze wet strekken mede tot uitvoering van bindende EU-rechtshandelingen, voorzover deze betrekking hebben op goederen en goederenverkeer en voorts onderwerpen betreffen die vallen onder de reikwijdte van een of meer regelingen als bedoeld in de bijlage bij deze wet.
5. De bepalingen bij of krachtens deze wet strekken mede ter handhaving van verboden of beperkingen die op goederen bij het binnenbrengen in, onderscheidenlijk verlaten van, het douanegebied van de Unie dan wel de gebieden, bedoeld in artikel 1:2, of bij het plaatsen onder een douaneregeling of wederuitvoer van die goederen van toepassing zijn of zouden zijn bij of krachtens een bindende EU-rechtshandeling of een ander wettelijk voorschrift dat is opgenomen in de bijlage bij deze wet.
6. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen wijzigingen worden aangebracht in de bijlage bij deze wet.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 13 september 2024, ECLI:NL:HR:2024:1177
- Rb. Noord-Holland 12 mei 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:4900
- CBb 17 november 2015, ECLI:NL:CBB:2015:391
- HR 3 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW3332
- Hof 's-Hertogenbosch 18 december 2009, ECLI:NL:GHSHE:2009:BM0771
- Hof Amsterdam 24 januari 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:165
- Rb. Noord-Holland 9 april 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:4481
- Rb. Noord-Holland 25 augustus 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:7024
- Conclusie A-G Spronken 1 oktober 2019, ECLI:NL:PHR:2019:901
- Hof Amsterdam 9 februari 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:296
- Hof Amsterdam 17 oktober 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:4582
- Rb. Noord-Holland 5 augustus 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:9034
- Rb. Noord-Holland 7 februari 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:2506
- Rb. Noord-Holland 4 februari 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:1668
- Rb. Noord-Holland 2 december 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:14987
- Rb. Noord-Holland 7 februari 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:1185
- Rb. Noord-Holland 7 februari 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:1184
- Rb. Noord-Holland 7 februari 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:1183
- Rb. Noord-Holland 7 februari 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:1181
- Rb. Noord-Holland 25 november 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:13256