Art. 6.1 Barim, Algemeen overgangsrecht
Activiteitenbesluit milieubeheer (Barim)
1. Voor inrichtingen waarvoor onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van het van toepassing worden van dit besluit of een deel daarvan op een activiteit in die inrichtingen, een vergunning op grond van artikel 8.1 van de Wet milieubeheer dan wel een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking en onherroepelijk was, worden de voorschriften van die vergunning gedurende drie jaar na het van toepassing worden van dit besluit of een deel daarvan op een activiteit in die inrichtingen, aangemerkt als maatwerkvoorschriften, mits de voorschriften van die vergunning vallen binnen de bevoegdheid van het bevoegd gezag tot het stellen van maatwerkvoorschriften en voor zover dit besluit op de inrichting van toepassing is.
2. De nadere eisen die voor een inrichting onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van het van toepassing worden van dit besluit of een deel daarvan op een activiteit in die inrichting op grond van de besluiten, bedoeld in artikel 6.43 in werking en onherroepelijk waren, worden aangemerkt als maatwerkvoorschriften, mits de nadere eisen vallen binnen de bevoegdheid van het bevoegd gezag tot het stellen van maatwerkvoorschriften en voor zover dit besluit op de inrichting van toepassing is.
3. De maatwerkvoorschriften die voor een inrichting onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van het van toepassing worden van dit besluit of een deel daarvan op een activiteit in die inrichting op grond van de besluiten, bedoeld in artikel 6.43 in werking en onherroepelijk waren, blijven van kracht, mits ze vallen binnen de bevoegdheid van het bevoegd gezag tot het stellen van maatwerkvoorschriften en voor zover dit besluit op die inrichting van toepassing is.
4. De voorschriften van een vergunning als bedoeld in het eerste lid dan wel de nadere eisen op grond van de besluiten, bedoeld in artikel 6.43, die voor een inrichting onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van het van toepassing worden van dit besluit of een deel daarvan op een activiteit in die inrichting in werking en onherroepelijk waren en niet vallen binnen de bevoegdheid van het bevoegd gezag tot het stellen van maatwerkvoorschriften, worden indien op grond van dit besluit strengere bepalingen gelden, gedurende zes maanden aangemerkt als maatwerkvoorschriften.
5. Voor de toepassing van dit artikel worden de gegevens die in de aanvraag staan en die geacht worden onderdeel te zijn van de voorschriften van de vergunning, bedoeld in het eerste lid, aangemerkt als voorschriften van de vergunning.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 8 februari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV3215
- Rb. Oost-Brabant 5 april 2019, ECLI:NL:RBOBR:2019:1896
- ABRvS 13 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:24
- ABRvS 28 mei 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1879
- ABRvS 11 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2312
- ABRvS 19 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:544
- ABRvS 23 juli 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BD8351
- Rb. Oost-Brabant 6 juni 2014, ECLI:NL:RBOBR:2014:3163
- ABRvS 6 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3308
- ABRvS 26 mei 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BM5587
- ABRvS 3 december 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BG5885
- ABRvS 20 augustus 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BE8834
- ABRvS 6 maart 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ3383
- ABRvS 26 juni 2013, ECLI:NL:RVS:2013:34
- ABRvS 17 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:283
- ABRvS 29 juni 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ9669
- ABRvS 24 december 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BG8282
- Rb. Oost-Brabant 27 januari 2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:361
- Rb. Noord-Holland 7 maart 2013, ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ3549
- ABRvS 4 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3704