Art. 53 Vr Wft, Vrijstelling als bedoeld in artikel 5:4 van de wet
Vrijstellingsregeling Wft (Vr Wft)
1. Het aanbieden van effecten aan het publiek is vrijgesteld van artikel 3, eerste lid, van de prospectusverordening, voorzover het betreft effecten die deel uitmaken van een aanbieding waarbij de totale tegenwaarde van de aanbieding binnen de Europese Economische Ruimte, berekend per categorie en over een periode van twaalf maanden, minder dan € 5 miljoen bedraagt.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt de totale tegenwaarde van de aanbiedingen van in een groep verbonden groepsmaatschappijen opgeteld.
3. Het eerste lid is slechts van toepassing indien de aanbieder:
a. voorafgaand aan de aanbieding van effecten als bedoeld in het eerste lid aan de Autoriteit Financiële Markten de aanbieding meldt onder gelijktijdige verstrekking van de volgende informatie:
1°. de naam en het adres van de uitgevende instelling en de aanbieder indien de uitgevende instelling niet tevens de aanbieder is en de naam, het e-mailadres en het telefoonnummer van de contactpersoon van de uitgevende instelling of aanbieder;
2°. indien van toepassing: het nummer van inschrijving in het handelsregister van de uitgevende instelling en de aanbieder indien de uitgevende instelling niet tevens de aanbieder is;
3°. de datum van oprichting van de uitgevende instelling en de aanbieder indien de uitgevende instelling niet tevens de aanbieder is;
4°. de namen, geboortedata en geboorteplaatsen van de bestuurders van de uitgevende instelling en de aanbieder indien de uitgevende instelling niet tevens de aanbieder is;
5°. de namen van de aandeelhouders van de uitgevende instelling en de aanbieder indien de uitgevende instelling niet tevens de aanbieder is;
6°. de website van de uitgevende instelling en de aanbieder indien de uitgevende instelling niet tevens de aanbieder is aanbieder en, indien van toepassing, de website van de aanbieding;
7°. de maximale omvang van de aanbieding in euro’s;
8°. de aanbiedingsperiode;
9°. de categorie effect;
10°. de besteding van de door beleggers ingelegde gelden;
11°. een kopie van het uittreksel uit het handelsregister van de uitgevende instelling en de aanbieder indien de uitgevende instelling niet tevens de aanbieder is, een kopie van het aanbiedingsdocument en eventueel reclamemateriaal en, voor zover van toepassing, een kopie van de vergunning van een toezichthoudende instantie; en
b. voorafgaand aan de aanbieding, bedoeld in het eerste lid, de in bijlage A bedoelde gegevens verstrekt met gebruikmaking van het in die bijlage opgenomen informatiedocument.
4. Indien een aanbieding niet uitsluitend aan gekwalificeerde beleggers wordt gedaan is het eerste lid slechts van toepassing voor zover de aanbieders in reclame-uitingen en documenten waarin de aanbieding in het vooruitzicht wordt gesteld, vermelden dat ingevolge de wet geen verplichting bestaat tot het algemeen verkrijgbaar stellen van een prospectus dat is goedgekeurd door de Autoriteit Financiële Markten ter zake van de aanbieding en dat op de aanbieding geen toezicht wordt uitgeoefend door de Autoriteit Financiële Markten.
5. De informatie, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, is evenwichtig en begrijpelijk.
6. Het derde lid, onderdeel b, en het vijfde lid zijn niet van toepassing op aanbieders van effecten die vallen onder de werking van de verordening essentiële-informatiedocumenten en op beheerders van beleggingsinstellingen die op grond van artikel 4:37l, eerste lid, van de wet, een prospectus aan beleggers dienen te verstrekken.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CBb 21 december 2017, ECLI:NL:CBB:2017:409
- HR 28 september 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW7006
- Conclusie A-G Timmerman 28 september 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW7006
- Rb. Rotterdam 29 december 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:12727
- Rb. Rotterdam 8 maart 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:13729
- Rb. Rotterdam 8 maart 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:13728
- Rb. Rotterdam 12 maart 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:10843
- Rb. Rotterdam 12 maart 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:10842
- Rb. Rotterdam 23 april 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:4824
- Rb. Rotterdam 29 juni 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:5379
- Rb. Rotterdam 3 maart 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:1667
- Rb. Rotterdam 4 juli 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:5393
- Rb. Noord-Holland 8 februari 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:1723
- Rb. Amsterdam 1 mei 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:3184
- Rb. Amsterdam 4 september 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:6038
- Rb. Amsterdam 24 november 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BW7965
- Conclusie A-G Timmerman 30 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:60
- HR 24 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1114
- Hof 's-Hertogenbosch 5 april 2011, ECLI:NL:GHSHE:2011:BQ0616