Art. 99 WIA, Regresrecht UWV en eigenrisicodrager
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)
1. Het UWV heeft voor de op grond van deze wet en de daarop berustende bepalingen gemaakte kosten verhaal op de persoon, die naar burgerlijk recht verplicht is schade te vergoeden aan de persoon die recht heeft op een uitkering op grond van deze wet, doch ten hoogste tot het bedrag, waarvoor deze bij het ontbreken van de aanspraken krachtens deze wet naar burgerlijk recht aansprakelijk zou zijn, verminderd met een bedrag, gelijk aan dat van de schadevergoeding tot betaling waarvan de aansprakelijke persoon jegens de persoon die recht heeft op een uitkering op grond van deze wet naar burgerlijk recht is gehouden.
2. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het UWV in plaats van het bedrag van de periodieke verstrekkingen de contante waarde daarvan kan vorderen.
3. De eigenrisicodrager treedt voor de toepassing van het eerste en het tweede lid in de plaats van het UWV voorzover hij het risico van de betaling van uitkering op grond van deze wet draagt.
4. De in het eerste lid bedoelde aansprakelijke en de aansprakelijke jegens de persoon met een naar het oordeel van het UWV structurele functionele beperking zijn eveneens verplicht tot vergoeding van de door het UWV of de eigenrisicodrager gemaakte redelijke kosten ter nakoming van de verplichtingen tot inschakeling in de arbeid van de persoon die recht heeft op een uitkering op grond van deze wet of de persoon met een naar het oordeel van het UWV structurele functionele beperking, die op het UWV of de eigenrisicodrager rusten op grond van deze wet en de daarop berustende bepalingen alsmede de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en de daarop berustende bepalingen. De aansprakelijke kan hetzelfde verweer voeren dat hem jegens de persoon die recht heeft op een uitkering of voorziening op grond van deze wet ten dienste zou hebben gestaan.
5. De werkgever en het UWV verstrekken elkaar op verzoek informatie, die noodzakelijk is voor de uitoefening van het regresrecht. Bij deze informatieverstrekking worden persoonsgegevens, waaronder het burgerservicenummer, verwerkt.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Gelderland 31 maart 2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:1567
- Rb. Rotterdam 16 december 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:9882
- Hof Arnhem-Leeuwarden 27 december 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:11160
- Rb. Limburg 25 maart 2015, ECLI:NL:RBLIM:2015:2389
- Rb. Gelderland 30 oktober 2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:7777
- Rb. Amsterdam 17 januari 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:154
- Conclusie A-G Hartlief 23 februari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:189
- Conclusie A-G Hartlief 15 december 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1427
- HR 13 september 2024, ECLI:NL:HR:2024:1160
- Hof Den Haag 23 mei 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:1130
- Hof Amsterdam 9 december 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:3359