Hof Arnhem-Leeuwarden 27 december 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:11160
Wettelijk regresrecht en samenwoonexceptie. Het UWV vordert van WAM-verzekeraar Achmea (van een motor) de WIA-uitkeringen die het UWV heeft gedaan aan een slachtoffer verkeersongeval, die als passagier achterop de motor zat en waarbij de berijder om het leven is gekomen. Passagier en berijder hadden een affectieve relatie. De principiële vraag die partijen verdeeld houdt is of Achmea zich tegen het verhaal kan verweren met een beroep op de samenwoonexceptie. Het hof onderzoekt en beoordeelt of de passagier en de berijder met elkaar samenwoonden / een gemeenschappelijke huishouding voerden op het moment van het ongeval (23 juni 2006). Het hof oordeelt dat dat niet het geval is. De tweede (principiële) vraag die partijen verdeeld hield is de vraag op welk moment getoetst moet worden of de passagier en de berijder samenwoonden: op moment ongeval (standpunt Achmea) of het moment start WIA-uitkering (standpunt UWV en oordeel rechtbank). Aan deze vraag komt het hof, anders dan de rechtbank, dus niet toe.
De uitspraak op rechtspraak.nl