Rb. Limburg 25 maart 2015, ECLI:NL:RBLIM:2015:2389
1. Had het feit dat verweerder, gelet op het bepaalde in artikel 99, derde lid, van de Wet WIA, ten onrechte regres in de vorm van een overeenkomst met de schadeverzekeraar heeft toegepast op een moment dat eiseres als eigenrisicodrager was, aanleiding moeten vormen om geheel, althans in verdergaande mate, van verhaal af te zien? 2. Verweerder heeft er voor gekozen om eiseres tegemoet te komen door het deel van de zogenoemde ‘lumpsum’ dat overbleef na verrekening met de reeds door hem betaalde WGA-uitkering uit te betalen aan eiseres. Verweerder heeft dit primair als een civielrechtelijke kwestie betiteld en zich op het standpunt gesteld dat dit bij het nemen van de verhaalsbesluiten geen rol hoeft te spelen omdat dit een louter civielrechtelijke kwestie is. De rechtbank acht dit primaire standpunt van verweerder onjuist. Er is immers onmiskenbaar een verband tussen het toegepaste verhaal en het regres nu deze dezelfde uitkering en deels dezelfde periode betreffen. Het zou dan ook mogelijk zijn geweest om het geleden nadeel in het kader van het verhaal te compenseren. 3. De rechtbank begrijpt echter verweerder voorts aldus dat hij zich subsidiair op het standpunt stelt dat eiseres door de geboden tegemoetkoming al voldoende is gecompenseerd en dat er derhalve geen reden meer is om de omvang van het verhaal verder te beperken. Naar het oordeel van de rechtbank kan niet gezegd worden dat zich ondanks de wijze waarop verweerder aan eiseres is tegemoetgekomen een situatie voordoet waarin geen sprake meer kan zijn van een rechtsplicht om verhaal toe te passen. De rechtbank overweegt daartoe dat hij het als bestuursrechter in het kader van de eerder omschreven beperkte toetsing van de toepassing van dwingendrechtelijke voorschriften niet op zijn weg ziet liggen om het geschil van eiseres en verweerder over de aan eiseres door het onrechtmatig handelen van verweerder toekomende schadevergoeding indringend te beoordelen. Slechts als verweerders standpunt dat eiseres al voldoende is gecompenseerd evident onjuist zou zijn, zou daarin grond zijn gelegen om een bijzondere omstandigheid als hiervoor bedoeld aan te nemen. Van zodanige evidentie acht de rechtbank evenwel geen sprake. Als eiseres over de omvang van de geleden schade niet tot overeenstemming komt met verweerder kan zij dit in een civiele procedure aan de orde stellen. Beroepen ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl