Art. 26 Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie, Bezoldiging tijdens ziekte
Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie
1. De ambtenaar die ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte heeft vanaf de dag waarop deze ongeschiktheid aanvangt, gedurende een termijn van twaalf maanden aanspraak op zijn volledige bezoldiging. Vervolgens heeft hij tot het einde van zijn betrekking aanspraak op 70% van zijn bezoldiging.
2. Indien de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid gedurende een bepaalde tijd zwangerschaps- of bevallingsverlof op basis van artikel 3:1 van de Wet arbeid en zorg geniet wordt het betreffende tijdvak van twaalf maanden met dat verlof verlengd.
3. Voor het vaststellen van het tijdstip waarop de in het eerste lid genoemde termijn van twaalf maanden verstreken is, worden perioden van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. Bij vaststelling van de periode van vier weken blijven periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten op basis van artikel 3:1 van de Wet arbeid en zorg, buiten beschouwing.
4. De ambtenaar heeft ook na afloop van de in het eerste lid genoemde termijn van twaalf maanden aanspraak op zijn volledige bezoldiging:
a. indien de ziekte, uit hoofde waarvan hij ongeschikt is zijn arbeid te verrichten, in overwegende mate zijn oorzaak vindt in de aard van de hem opgedragen arbeid of in de bijzondere omstandigheden, waaronder deze moesten worden verricht, en niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten;
b. gedurende de periode dat zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten op basis van artikel 3:1 van de Wet arbeid en zorg.
5. In afwijking van het eerste lid heeft de ambtenaar ook na het eerste tijdvak van twaalf maanden recht op doorbetaling van zijn bezoldiging over het aantal uren dat hij loonvormende arbeid heeft verricht, niet zijnde reïntegratieactiviteiten, waaronder therapeutische arbeid, onderwijs of scholing.
6. In afwijking van het vijfde lid wordt onderwijs of scholing beschouwd als loonvormende arbeid indien dit onderwijs of deze scholing is gekoppeld aan de functievervulling van een voor de ambtenaar beschikbare functie.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CRvB 28 april 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3470
- Rb. Alkmaar 4 februari 2010, ECLI:NL:RBALK:2010:1143
- CRvB 1 juli 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:1384
- Rb. 's-Gravenhage 10 juni 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BI9831
- Rb. Rotterdam 15 juni 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:4747
- Rb. Den Haag 25 augustus 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:12745
- Rb. Den Haag 17 november 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:12152
- Rb. Breda 2 augustus 2010, ECLI:NL:RBBRE:2010:BN7078
- Rb. Assen 9 juli 2008, ECLI:NL:RBASS:2008:BE2912
- CRvB 19 september 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3014
- CRvB 19 april 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1200
- CRvB 4 september 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:2918
- CRvB 24 november 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BU6892