CRvB 28 april 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3470

De minister had het in bezwaar ingenomen standpunt dat de ziekte door de dienst is veroorzaakt, in het kader van de in dat bezwaar te verrichten heroverweging dienen te onderzoeken en inhoudelijk dienen te beoordelen. De rechtbank heeft met juistheid geoordeeld dat, nu de werkomstandigheden van betrokkene hem juist vanwege de subjectieve omstandigheid van zijn verhoogde kwetsbaarheid te veel zijn geworden, niet is voldaan aan de in de rechtspraak van de Raad geformuleerde voorwaarde van naar objectieve maatstaven gemeten buitensporigheid. De rechtbank heeft dus terecht in zoverre de rechtsgevolgen van de bestreden besluiten in stand gelaten. De Raad overweegt dat hij niet inziet dat de geheel onverplichte verlenging van doorbetaling van de volledige bezoldiging waarvan in dit geval sprake is geweest, in enig opzicht onredelijk zou zijn te achten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen