Art. 20 OLW, Aanhouding
1. Een Europees aanhoudingsbevel wordt, zo het niet aan de officier van justitie is toegezonden, onverwijld aan hem doorgezonden.
2. Een Europees aanhoudingsbevel kan slechts in behandeling worden genomen, indien het voldoet aan de vereisten omschreven in artikel 2.
3. Indien een Europees aanhoudingsbevel naar het oordeel van de officier van justitie niet voldoet aan de eisen omschreven in artikel 2 biedt hij de uitvaardigende justitiële autoriteit de gelegenheid tot completering of verbetering.
4. Indien naar het oordeel van de officier van justitie, dan wel naar het oordeel van de rechtbank naast het Europees aanhoudingsbevel aanvullende gegevens noodzakelijk zijn, met name in verband met de artikelen 7 tot en met 9 en 11 tot en met 13, stelt de officier van justitie de uitvaardigende justitiële autoriteit in de gelegenheid tot completering of verbetering, rekening houdend met de in artikel 22 genoemde termijnen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Amsterdam 7 november 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:7415
- Rb. Amsterdam 25 oktober 2005, ECLI:NL:RBAMS:2005:AU4909
- Rb. Amsterdam 1 oktober 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:6687
- Rb. Amsterdam 29 februari 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:1143
- Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:2741
- Rb. Amsterdam 12 november 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:8575
- Rb. Amsterdam 19 september 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:7018
- Rb. Amsterdam 24 juni 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:3762
- Rb. Amsterdam 27 mei 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ7832
- Rb. Amsterdam 26 oktober 2010, ECLI:NL:RBAMS:2010:BO7890
- Rb. Amsterdam 18 mei 2010, ECLI:NL:RBAMS:2010:BM6284
- Rb. Amsterdam 5 november 2004, ECLI:NL:RBAMS:2004:AR5593