Rb. Amsterdam 7 november 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:7415

Artikel 49, derde lid, van het Handvest, richt zich niet tot de (Nederlandse) overleveringsrechter, maar tot de Roemeense strafrechter. Alhoewel de Roemeense opgelegde straf naar Nederlandse maatstaven wellicht als hoog aangemerkt kan worden, is de Roemeense straf volgens de Uniewetgever en Europese maatstaven niet ‘wholly unjustified’ en ‘grossly disproprotionate’. In het Kaderbesluit 2004/757/JBZ is door de Uniewetgever bepaald dat de lidstaten op strafbare feiten op het gebied van de illegale handel in hard drugs maximumstraffen moeten stellen van ten minste 5 tot 10 jaar. Een straf van 7 jaar gevangenisstraf is gelet op deze bandbreedte niet “grossly disproportionate”.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken