Art. 4 Wjz, De stichting die een bureau jeugdzorg in stand houdt
1. Gedeputeerde staten dragen er zorg voor dat in de provincie één bureau jeugdzorg werkzaam is, dat in stand wordt gehouden door een stichting als bedoeld in artikel 285 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek die door de provincie wordt gesubsidieerd.
2. De stichting heeft als doel het in stand houden van een bureau jeugdzorg dat de in deze wet aan de stichting opgedragen taken vervult. De stichting kan naast het in stand houden van een bureau jeugdzorg slechts ten doel hebben het verlenen van jeugdzorg, niet zijnde zorg als bedoeld in artikel 5, tweede lid, en het geven van voorlichting en advies over opgroei- en opvoedingsvragen en vragen van jeugdigen over hun juridische positie voor zover gedeputeerde staten toestemming hebben verleend. Gedeputeerde staten verlenen geen toestemming dan na overleg met het betrokken college van burgemeester en wethouders.
3. Indien het bestuur van de stichting wordt gevormd door de leiding van het bureau jeugdzorg, voorzien de statuten in een raad van toezicht, die tot taak heeft toezicht te houden op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken in de stichting. De raad van toezicht heeft de bevoegdheid tot het benoemen, schorsen en ontslaan van de leden van het bestuur.
4. De bestuursleden en de leden van de raad van toezicht van de stichting, alsmede de leiding van het bureau vervullen geen functie bij een natuurlijke persoon of rechtspersoon die zorg aanbiedt als bedoeld in artikel 5, tweede lid. Zij hebben evenmin een functie die betrekking heeft op die zorg bij de desbetreffende provincie, een gemeente binnen die provincie of een zorgverzekeraar. De stichting voorziet in waarborgen voor een onafhankelijke taakuitoefening door de personen die de in artikel 5 genoemde taken uitvoeren.
5. Gedeputeerde staten kunnen, indien de juiste uitvoering van de in de wet aan de stichting opgedragen taken in gevaar komt ten gevolge van handelen of nalaten van het bestuur of van leden van de raad van toezicht, bestuursleden of leden van de raad van toezicht van de stichting schorsen of ontslaan, of tijdelijk voorzien in de leiding van het bureau jeugdzorg.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 21 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:772
- CRvB 3 maart 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BL8933
- CRvB 17 februari 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BL7216
- CRvB 17 februari 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BL7152
- ABRvS 4 juni 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BD3105
- Rb. Zutphen 15 juni 2007, ECLI:NL:RBZUT:2007:BA7799
- Rb. Zwolle-Lelystad 29 april 2009, ECLI:NL:RBZLY:2009:BJ5171
- Rb. Utrecht 13 december 2006, ECLI:NL:RBUTR:2006:AZ4357
- Rb. Roermond 30 juni 2010, ECLI:NL:RBROE:2010:BM9884
- Rb. Noord-Nederland 30 januari 2015, ECLI:NL:RBNNE:2015:1159
- Rb. Midden-Nederland 9 september 2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:3992
- Rb. Middelburg 17 november 2011, ECLI:NL:RBMID:2011:BU4865
- Rb. Groningen 14 september 2011, ECLI:NL:RBGRO:2011:BS1181
- Rb. Den Haag 18 september 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:11572
- Rb. Arnhem 24 augustus 2007, ECLI:NL:RBARN:2007:BB2288
- Rb. Amsterdam 20 mei 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:2848
- Conclusie A-G de Bock 9 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:307
- Conclusie A-G Machielse 5 februari 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BZ0502
- Hof 's-Hertogenbosch 14 februari 2012, ECLI:NL:GHSHE:2012:BV5025
- Hof Leeuwarden 22 november 2011, ECLI:NL:GHLEE:2011:BU5522