Art. 65 Spoorwegwet, Nadere bepalingen inzake het gebruik van hoofdspoorwegen
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden met het oog op een veilig en ongestoord gebruik van hoofdspoorwegen regels gesteld. Deze regels kunnen onder meer betrekking hebben op:
a. aard, uitvoering, plaatsing, bediening en betekenis van seinen;
b. bewegingen met spoorvoertuigen;
c. het rijden met spoorvoertuigen op de openbare weg;
d. het gebruik van overwegen en overpaden;
e. verplichtingen – in verband met storingen, ongevallen, incidenten en andere onregelmatigheden – van spoorwegondernemingen, bestuurders van een spoorvoertuig en andere personen die deelnemen aan het verkeer over de hoofdspoorweg.
2. Een ieder die zich op de hoofdspoorweg bevindt, neemt de voor hem bestemde seinen in acht.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Midden-Nederland 22 maart 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:1368
- ABRvS 15 februari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV5067
- ABRvS 31 augustus 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR6372
- Rb. Midden-Nederland 16 oktober 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:4703
- Rb. Midden-Nederland 14 mei 2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:1763
- Hof Arnhem 3 mei 2010, ECLI:NL:GHARN:2010:BM3158
- ABRvS 2 oktober 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1378
- ABRvS 21 november 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY3722
- Rb. Rotterdam 18 mei 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:4236
- Rb. Midden-Nederland 18 januari 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:172
- Rb. Limburg 10 april 2020, ECLI:NL:RBLIM:2020:2807
- Rb. Arnhem 4 september 2009, ECLI:NL:RBARN:2009:BJ6880