Rb. Midden-Nederland 22 maart 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:1368
BAM Rail is aansprakelijk voor schade treinongeval bij Stavoren op 25 juli 2010 Op 25 juli 2010 om circa 23.30 uur is een slijptrein van de Italiaanse vennootschap Speno International S.A. met hoge snelheid door het stootjuk gereden aan het einde van het spoor bij Stavoren. Vervolgens is de slijptrein op een geparkeerde tankwagen gebotst en door een winkelpand gereden. Daarbij zijn twee personen van de bemanning licht gewond geraakt, en werden de slijptrein, de tankwagen en het winkelpand zwaar beschadigd. In deze procedure vordert de Zwitserse verzekeraar van Speno (Bâloise Assurance S.A.) vergoeding van de schade die daarbij aan de slijptrein is ontstaan. Zij vordert dat van ProRail (beheerder van de hoofdspoorweginfrastructuur), BAM Rail (die aan Speno een zogenaamde ‘pilot-machinist’ ter beschikking stelde, die volgens Bâloise het ongeval heeft veroorzaakt) en Spoorflex Safety First (de werkgever van de pilot-machinist, die deze had uitgeleend aan BAM Rail). De rechtbank heeft geoordeeld dat van deze partijen alleen BAM Rail aansprakelijk gesteld kan worden voor vergoeding van de schade aan de slijptrein. Spoorflex is failliet verklaard, zodat een vordering jegens haar in de faillissementsprocedure beoordeeld moet worden. Aan ProRail kan volgens de rechtbank geen verwijt worden gemaakt dat in oorzakelijk verband staat met het treinongeval. De oorzaak van het treinongeval is dat de door BAM Rail ingeschakelde pilot-machinist zich op een cruciaal moment, namelijk aan het einde van het traject Leeuwarden-Stavoren en op het moment dat de trein het zogenaamde ‘keperbaken’ naderde (een sein dat noopte tot een verlaging van de snelheid tot maximaal 40 km/u), heeft laten afleiden door een vraag van een van de medewerkers van Speno die in de cabine aanwezig waren. Daardoor heeft de pilot-machinist het keperbaken gemist, en daarmee onrechtmatig gehandeld, namelijk in strijd met de wettelijke plicht om de voor hem bestemde seinen in acht te nemen (artikel 65 lid 2 Spoorwegwet). Daardoor heeft de slijptrein niet tijdig kunnen stoppen voor het stopsein en het stootjuk bij station Stavoren. BAM Rail moet dus in beginsel de schade van Speno vergoeden. Speno heeft evenwel al volledige schadevergoeding ontvangen van Bâloise, haar Zwitserse verzekeraar, eiseres in deze procedure. Vraag is of Bâloise als verzekeraar is getreden (gesubrogeerd) in de rechten van Speno jegens BAM Rail. De rechtbank beantwoordt die vraag, aan de hand van het toepasselijke Zwitserse recht, bevestigend (zie r.o. 7.3-7.26 en r.o. 7.65-7.75). De rechtbank houdt de zaak vervolgens aan om Bâloise en BAM Rail in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over de hoogte van de schade die Speno ten gevolge van het ongeval heeft geleden. Zie ook: vonnis C/16/351525 / HA ZA 13-654 31 mei 2017 ECLI:NL:RBMNE:2017:6858
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 26 Fw
- Artikel 29 Fw
- Artikel 69 Fw
- Artikel 133 Fw
- Artikel 182 Fw
- Artikel 6:74 BW6
- Artikel 6:76 BW6
- Artikel 6:83 BW6
- Artikel 6:98 BW6
- Artikel 6:162 BW6
- Artikel 6:170 BW6
- Artikel 6:197 BW6
- Artikel 7:954 BW7
- Artikel 7:962 BW7
- Artikel 3:287 BW3
- Artikel 36 Spoorwegwet
- Artikel 65 Spoorwegwet
- Artikel 69 Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid
- Artikel 24 Besluit spoorwegpersoneel
- Artikel 10:2 BW10