Rb. Limburg 10 april 2020, ECLI:NL:RBLIM:2020:2807
Omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, 2°, van de Wabo voor spoorwegemplacement naar aanleiding van aanpassen van de representatieve bedrijfssituatie. De rechtbank is van oordeel dat niet kan worden geconcludeerd dat is voldaan aan het criterium voor een milieuneutrale wijziging, omdat niet is komen vast te staan dat de aangevraagde aanpassing van de representatieve bedrijfssituatie geen grotere nadelige gevolgen voor het milieu heeft. Beroepsgrond dat het college van burgemeester en wethouders niet bevoegd is om een maximum snelheid vast te stellen slaagt niet. Voorschrift over maximum snelheid is akoestisch relevant en noodzakelijk. Onuitvoerbaarheid en operationele complicaties onvoldoende aannemelijk gemaakt.
De uitspraak op rechtspraak.nl