Art. 51b WJG, De verwerking van tenuitvoerleggingsgegevens
Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (WJG)
1. De artikelen 3, 7, 7a, 7b, 7d tot en met 7f, 15, 16, 16a, 17a, 17b, 20 tot en met 25, en 39c, tweede tot en met vijfde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op tenuitvoerleggingsgegevens.
2. Onverminderd het verder bij wet bepaalde over kennisneming of inzage van tenuitvoerleggingsgegevens heeft de betrokkene het recht om op diens schriftelijke verzoek binnen vier weken van Onze Minister uitsluitsel te krijgen over de al dan niet verwerking van hem betreffende tenuitvoerleggingsgegevens en, wanneer dat het geval is, om die tenuitvoerleggingsgegevens in te zien en hierover de informatie, bedoeld in artikel 18, onderdelen a tot en met g, te verkrijgen. Onze Minister doet daarbij geen mededelingen in schriftelijke vorm over de verwerking van de betrokkene betreffende tenuitvoerleggingsgegevens, tenzij hij weigert een mededeling te doen. Een gehele of gedeeltelijke afwijzing vindt schriftelijk plaats.
3. Indien de verwerking betrekking heeft op tenuitvoerleggingsgegevens waarvoor het College van procureurs-generaal verwerkingsverantwoordelijke is, wordt bij de overeenkomstige toepassing van de artikelen, bedoeld in het eerste lid, in die artikelen alsmede in het tweede lid waar wordt gesproken over «Onze Minister» gelezen «het College van procureurs-generaal».
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 11 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5089
- Rb. Gelderland 12 november 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:9593
- ABRvS 11 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5092
- Rb. Zeeland-West-Brabant 14 oktober 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:5969
- Rb. Zeeland-West-Brabant 9 september 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:4499
- Rb. Noord-Nederland 26 februari 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:800
- Rb. Midden-Nederland 3 juni 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:3051
- Rb. Gelderland 11 februari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:955
- Rb. Gelderland 1 december 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:10274
- Rb. Den Haag 7 januari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:1031