ABRvS 11 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5089
Bij besluit van 31 januari 2022 heeft de minister van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om inzage gedeeltelijk toegewezen. [appellant] heeft op 16 oktober 2021 de minister verzocht om inzage in verwerkte persoonsgegevens over zijn detentie in de Penitentiaire Inrichting Lelystad en Nieuwegein, specifiek in het penitentiair dossier over de periode van 25 oktober 2021 tot en met 20 januari 2022 en het inrichtingsdossier van de PI Lelystad en de PI Nieuwegein. Op 31 januari 2022 heeft de minister het verzoek van [appellant] gedeeltelijk toegewezen. De rechtbank heeft geoordeeld dat de beroepsgrond van [appellant] over het inrichtingsdossier niet slaagt. De minister heeft toegelicht dat zes maanden na afloop van de detentie het inrichtingsdossier op grond van artikel 39, vierde lid, van de Penitentiaire maatregel wordt vernietigd. Zowel de detentie in Lelystad als de detentie in Nieuwegein waren geëindigd langer dan zes maanden vóór de zitting bij de rechtbank, daarom heeft de rechtbank het niet ongeloofwaardig geacht dat de dossiers niet meer bestaan. [appellant] kan om die reden geen inzage meer krijgen.
De uitspraak op rechtspraak.nl