Art. 26 WJG, De verwerking van justitiële gegevens
Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (WJG)
1. Betrokkene kan bij Onze Minister verzet aantekenen wegens bijzondere persoonlijke omstandigheden.
2. Onze Minister beoordeelt, gehoord het openbaar ministerie, binnen vier weken na ontvangst van het verzet of het verzet gerechtvaardigd is. Indien het verzet gerechtvaardigd is, beëindigt hij terstond de verwerking.
3. De artikelen 23 en 25 zijn van overeenkomstige toepassing.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 29 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1148
- ABRvS 13 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4610
- ABRvS 26 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:618
- ABRvS 13 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:993
- ABRvS 14 januari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:63
- ABRvS 17 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2906
- Rb. Midden-Nederland 27 februari 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:938
- ABRvS 3 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5839
- ABRvS 2 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2094
- ABRvS 16 januari 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BC2145
- Rb. Utrecht 29 maart 2007, ECLI:NL:RBUTR:2007:BA2784
- Rb. Noord-Holland 1 februari 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:3060
- Rb. Midden-Nederland 31 oktober 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:7606
- Rb. Midden-Nederland 9 augustus 2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:3862
- Rb. Gelderland 29 maart 2019, ECLI:NL:RBGEL:2019:1383
- Rb. Den Haag 17 april 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:5563
- Rb. Den Haag 26 september 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:19299