Rb. Midden-Nederland 9 augustus 2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:3862
Verwijdering/afscherming van justitiële gegevens. Kwalificatie delict. Wetsartikelen: art. 22 en 26 Wjsg Samenvatting: Eiser heeft verzocht om verwijdering dan wel afscherming van een justitieel gegeven dat over hem is geregistreerd. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank overwogen dat verweerder onvoldoende inzicht heeft gegeven in de wijze waarop de criteria zijn beoordeeld en tegen elkaar afgewogen. Verweerder heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid om het motiveringsgebrek te herstellen en is daar naar het oordeel van de rechtbank in geslaagd. Verweerder heeft voldoende gemotiveerd dat de door eiser gevolgde opleiding niet zodanig specifiek is en dat door eiser niet meer dan normale carrièrehinder wordt ondervonden. Verweerder heeft dit criterium naar het oordeel van de rechtbank niet te stringent ingevuld door te overwegen dat de opleiding niet dusdanig specifiek is dat daardoor slechts werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd die door de registratie in de justitiële documentatie worden uitgesloten, zoals eiser stelt. De omstandigheden dat eiser een opleiding volgt waartoe jaarlijks maar heel weinig mensen worden toegelaten en dat de kennis en de inhoud van de opleiding heel specialistisch zijn, zijn dus geen omstandigheden die hierbij een rol spelen. Verder heeft verweerder in de aanvullende motivering voldoende inzichtelijk gemaakt hoe hij de ernst van het delict heeft gewogen en heeft hij het terecht als ernstig gekwalificeerd. Verweerder heeft daarbij aansluiting kunnen zoeken bij de leidraad voor sextingzaken van het OM, ook al gaat het in deze zaak niet om sexting. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder verder voldoende draagkrachtig gemotiveerd dat de leeftijd van eiser ten tijde van het delict afgezet tegen de ernst van het delict, niet maakt dat sprake is van een gerechtvaardigd verzet in de zin van artikel 26 van de Wjsg. Ook afgewogen tegen de criteria die in zijn voordeel spreken, de lichte wijze van afdoening en geen andere registraties, maken niet dat sprake is van bijzondere persoonlijke omstandigheden als bedoeld in artikel 26 van de Wjsg. Het beroep is gegrond, maar de rechtbank laat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand.
De uitspraak op rechtspraak.nl