ABRvS 13 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4610
Bij besluit van 17 oktober 2019 heeft de minister van Justitie en Veiligheid, op grond van artikel 22 en artikel 26 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, het verzoek van [appellant] om verwijdering van de justitiële gegevens met betrekking tot zijn persoon uit het justitieel documentatiesysteem, afgewezen. Op 4 september 2019 heeft [appellant] de minister verzocht om een hem betreffend justitieel gegeven uit het Justitieel Documentatie Systeem te verwijderen. Het gaat om een strafzaak die in 2004 door het Openbaar Ministerie is geseponeerd. De sepotgrond betrof ‘anders dan strafrechtelijk ingrijpen prevaleert’, sepotcode 20. Als redenen voor de verwijdering van dit justitiële gegeven voert [appellant] aan dat er geen bewijs is dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het geregistreerde feit. Zijns inziens is daarnaast de wettelijke bewaartermijn verstreken. Als gevolg van de registratie ondervindt hij hinder bij het verkrijgen van een Amerikaans visum. De minister heeft het verzoek afgewezen en de afwijzing in bezwaar gehandhaafd, omdat de gegevens overeenkomen met de door het Openbaar Ministerie aangeleverde gegevens.
De uitspraak op rechtspraak.nl