Art. 4 Warenwetbesluit Vruchtensappen, Bereiding, samenstelling en kenmerken
Warenwetbesluit Vruchtensappen
1. Bij de bereiding van de krachtens§ 3 aangeduide eet- en drinkwaren mogen uitsluitend de volgende ingrediënten worden gebruikt, met inachtneming van de daarbij vermelde voorschriften:
a. wijnsteenzure zouten, uitsluitend teneinde in een als druivensap aangeduide waar het gehalte aan dat zout weer op niveau te brengen;
b. suikers, voor zover geen sprake is van een als perensap of druivensap of vruchtennectar aangeduide waar en de hoeveelheid suikers, uitgedrukt in droge stof:
1° ten hoogste 15 g/l sap bedraagt, indien de toevoeging plaatsvindt ter correctie van de zure smaak;
2° ten hoogste 150 g/l sap bedraagt, indien de toevoeging plaatsvindt ter verkrijging van een zoete smaak; met dien verstande dat de totale hoeveelheid toegevoegde suikers niet meer bedraagt dan 150 g/l;
c. citroensap of geconcentreerd citroensap, tot een in watervrij citroenzuur uitgedrukte hoeveelheid van ten hoogste 3 g/l, uitsluitend ter correctie van de zure smaak;
d. koolzuurgas.
2. De in het eerste lid, onder b, bedoelde hoeveelheden hebben geen betrekking op de bereiding van de als vruchtennectar aangeduide waar.