Art. 31 GDW, Toezicht
1. De gerechtsdeurwaarder is verplicht de in artikel 17, eerste lid, bedoelde stukken, vergezeld van een verslag van het onderzoek daarover van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, dat voor wat betreft de jaarrekening van het kantoor ten minste een beoordelingskarakter draagt, binnen zes maanden na afloop van elk boekjaar in te dienen bij het Bureau.
2. Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld betreffende de wijze van indiening en de inhoud van het verslag, bedoeld in het eerste lid, alsmede de inhoud en wijze van verstrekking van overige gegevens aan het Bureau.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Amsterdam 13 november 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:4355
- ABRvS 2 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2857
- ABRvS 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:473
- Hof Amsterdam 7 februari 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:345
- Hof Amsterdam 1 juni 2006, ECLI:NL:GHAMS:2006:AX8427
- Hof Amsterdam 9 maart 2006, ECLI:NL:GHAMS:2006:AV5217
- Hof Amsterdam 12 mei 2005, ECLI:NL:GHAMS:2005:AT7293
- Hof Amsterdam 3 februari 2005, ECLI:NL:GHAMS:2005:AS7090
- Hof Amsterdam 3 februari 2005, ECLI:NL:GHAMS:2005:AS7075