Art. 3.34d VV, De verblijfsvergunning regulier
Voorschrift Vreemdelingen 2000 (VV)
In afwijking van artikel 3.34 is de vreemdeling geen leges verschuldigd ter zake van de afdoening van een aanvraag tot het verlengen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Wet, indien:
a. deze aanvraag gelijktijdig is ontvangen met een aanvraag tot het wijzigen van een verblijfsvergunning, tenzij deze aanvragen zijn ontvangen een jaar of langer voordat de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning afloopt;
b. deze aanvraag gelijktijdig is ontvangen met een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 20 van de Wet, tenzij deze aanvragen zijn ontvangen een jaar of langer voordat de geldigheidsduur van de vergunning afloopt.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 17 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX2072
- ABRvS 17 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2359
- Rb. 's-Gravenhage 9 augustus 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BX6387
- Rb. 's-Gravenhage 20 november 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BK5783
- Rb. Rotterdam 18 april 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:BZ8238
- Rb. Den Haag 30 augustus 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:11454
- Rb. Den Haag 30 augustus 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:11446