Rb. Den Haag 30 augustus 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:11446
Richtlijn 2003/109/EG, verblijfsvergunning, omschrijving beperking, bestuurlijke lus. Eiser heeft aangevoerd dat verweerder ten onrechte de door hem beoogde wijziging van de beperking van zijn verblijfsvergunning niet heeft gehonoreerd. Volgens eiser vloeit uit artikel 14, tweede lid, van richtlijn 2003/109/EG voort dat eiser mag werken als zelfstandige en als werknemer en dient dit tot uitdrukking te worden gebracht in de omschrijving van de aan de verblijfsvergunning verbonden beperking. Door de omschrijving van de beperking “Arbeid als zelfstandige voor eenmanszaak Santa Mariam” wordt gesuggereerd dat eiser enkel economische activiteiten als zelfstandige mag verrichten en niet als werknemer. Ingevolge artikel 14, tweede lid, aanhef en onder a, van de richtlijn mag een langdurig ingezetene in een tweede lidstaat verblijven om een economische activiteit uit te oefenen als werknemer of als zelfstandige. Daarbij maakt het niet uit of hij die economische activiteit uitoefent als werknemer dan wel als zelfstandige. Artikel 3.4, eerste lid aanhef en onder e en f, van het Vb 2000 dwingt verweerder echter te kiezen tussen de beperking ‘het verrichten van arbeid als zelfstandige’ of de beperking ‘het verrichten van arbeid in loondienst’. In een afzonderlijke beperking ‘het verrichten van arbeid als zelfstandige of het verrichten van arbeid in loondienst’ voorziet artikel 3.4 van het Vb 2000 niet. Verweerder heeft aan de aan eiser verleende verblijfsvergunning de beperking ‘het verrichten van arbeid als zelfstandige’ verbonden. Ter zitting van de rechtbank heeft eiser toegelicht dat hij een aanvraag zal moeten indienen tot wijziging van de beperking indien hij in Nederland als werknemer wil werken. De rechtbank is met eiser van oordeel dat eiser in zoverre kan worden gehinderd in zijn recht om hier te lande als langdurig ingezetene te verblijven. Dat bij de verlening van de verblijfsvergunning als arbeidsmarktaantekening “Arbeid vrij toegestaan en een tewerkstellingsvergunning is niet vereist” is toegevoegd, leidt niet tot een ander oordeel, reeds omdat die toevoeging niet wegneemt dat eiser een nieuwe aanvraag moet indienen. Verweerder heeft aldus in strijd gehandeld met artikel 14, tweede lid, van de richtlijn door de aan de verblijfsvergunning verbonden beperking te beperken tot ‘het verrichten van arbeid als zelfstandige’. De rechtbank ziet aanleiding om de bestuurlijke lus toe te passen. Verweerder dient eiser een verblijfsvergunning te verlenen onder een beperking die recht doet aan artikel 14, tweede lid, aanhef en onder a, van de richtlijn.
De uitspraak op rechtspraak.nl