Art. 14a VW, De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
Onze Minister besluit niet over de verlening, verlenging of intrekking van een gecombineerde vergunning dan nadat hij advies heeft gevraagd aan de instantie, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Wet arbeid vreemdelingen. Deze instantie adviseert over de vraag of is voldaan aan de Wet arbeid vreemdelingen als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onder f, artikel 18, eerste lid, onder g en artikel 19. Onze Minister is niet verplicht om advies te vragen indien de verblijfsvergunning wordt geweigerd of ingetrokken op grond van een andere afwijzings- of intrekkingsgrond, bedoeld in artikel 16, 18 of 19.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 17 oktober 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2726
- Rb. Den Haag 3 december 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:15793
- Rb. Den Haag 3 april 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:9042
- Rb. Den Haag 11 juni 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:19113
- Rb. Den Haag 11 juni 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:19111
- Rb. Den Haag 11 juni 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:19105
- Rb. Den Haag 23 juni 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:17768
- Rb. Den Haag 19 maart 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:17546
- Rb. Den Haag 10 maart 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:3443
- Rb. Den Haag 23 december 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:15905