Rb. Den Haag 11 juni 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:19105

Gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA); UWV-advies is zorgvuldig tot stand gekomen; werkgever heeft eerder niet voldaan aan loonbetalingsverplichting vanaf de ingangsdatum van de GVVA en de verplichting tot maandelijkse loonbetaling; Wav; Ruwav; artikel 3.31, vijfde lid, van het Vb alleen in restrictieve gevallen toepassen; vermelding feitelijk werkgever bij aanvragen; beroep op vertrouwensbeginsel slaagt niet, omdat het doel van de Waw zwaarder weegt; hoorplicht niet geschonden; verweerder heeft de aanvraag mogen weigeren; beroep is ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken