Rb. Den Haag 10 maart 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:3443

Gezien de inhoud van artikel 3a, tweede lid, van het convenant Aziatische Horeca, wordt in dat artikellid niet verwezen naar (paragraaf 40 van) de Uitvoeringsregels, behorende bij de artikelen van de Regeling uitvoering wet arbeid vreemdelingen 2014. In dit artikellid wordt slechts verwezen naar artikel 9, eerste lid, aanhef en onder i, van de Wav. Dit betekent dat ingeval aan artikel 9, eerste lid, aanhef en onder i, van de Wav wordt voldaan, op grond van artikel 3a, tweede lid, van het Convenant een gvva wordt geweigerd. Zie in dit verband ook hetgeen onder 11. staat. Dat in het eerste lid van artikel 3a van het Convenant staat dat de bij of krachtens de Vw en Wav gestelde voorwaarden, waaronder (paragraaf 40 van) de Uitvoeringsregels, onverminderd van toepassing zijn, leidt de rechtbank niet tot een ander oordeel. Een andere uitleg, inhoudende dat binnen het bereik van het tweede lid van artikel 3a van het Convenant ook bijvoorbeeld paragraaf 40 van de Uitvoeringsregels zou moeten worden begrepen, zou het gebruik van de in artikel 8, derde lid, van de Wav neergelegde discretionaire afwijkingsbevoegdheid, in het kader waarvan paragraaf 19a aan de Uitvoeringsregels is toegevoegd en het Convenant is opgesteld, zinledig zijn. Indien de hiervoor vermelde andere uitleg zou moeten worden gevolgd, dan had de minister van SZW immers kunnen volstaan met het enkel buiten toepassing laten van artikel 8, eerste lid, van de Wav, wat niet overeenkomstig de bedoeling van de minister van SZW is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken